Ons kantoor heeft advocaten gespecialiseerd in strafrecht. Raadpleeg een advocaat en aarzel niet om ons te contacteren.


Principe - begrip geestesgestoorde

De regeling m.b.t. internering is van toepassing op personen die een misdrijf (wanbedrijf of misdaad) hebben gepleegd, maar die ofwel in een staat van krankzinnigheid verkeren, dan wel in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid die hen ongeschikt maken hun daden te controleren.

Of een persoon geestesgestoord is zal beoordeeld worden op het ogenblik dat hij berecht wordt en dus niet op het ogenblik dat hij het misdrijf gepleegd heeft. Het is dus perfect mogelijk dat iemand niet geestesgestoord was op het ogenblik dat dat hij de feiten pleegde, maar wel als geestesgestoorde zal behandeld worden op het ogenblik dat hij berecht wordt. Het omgekeerd kan uiteraard ook het geval zijn: iemand die geestgesgestoord was op het ogenblik dat hij de feiten pleegde, kan toch berecht worden als een gewone misdadiger. In dit laatste geval zou eventueel wel beroep kunnen worden gedaan op art. 71 Sw. (er is geen misdrijf wanneer iemand op het ogenblik van de feiten in staat van krankzinnigheid was en hij gedwongen werd door een macht die hij niet heeft kunnen weerstaan).


De internering

Geestesgestoorden worden geïnterneerd. Internering is een vrijheidsberovende straf, doch is niet zozeer gericht op het bestraffen van de persoon maar wel op zijn genezing. De maatregel wordt tevens genomen ter beveiliging van de maatschappij.

Vooraleer internering wordt uitgesproken, kan de persoon in observatie worden gesteld. Dit is een onderzoekmaatregel waarbij de persoon in de psychiatrische afdeling van een gevangenis wordt opgenomen voor een periode van 1 maand (verlengbaar tot maximaal 6 maanden).

Interneringzelf  is steeds voor onbepaalde duur. Het is finaal de Commissie Bescherming van de Maatschappij (CBM) die de uiteindelijke duur van de internering vastlegt. De CBM kan een geïnterneerde in vrijheid stellen, maar dit  gebeurt wel meestal altijd onder voorwaarden. Hierdoor kan de CBM de invrijheidsstelling steeds herroepen.


Wetgeving

Wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele misdrijven

Wet van 5 mei 2014 betreffende de internering van personen (treedt op 1 januari 2016 in werking)